Hoofdtekst
X: Wat deden ze als er een kind betoverd was, gingen ze dan bij de paters?Jaja, ’t was niet zoals nu. Ja, ze gingen bij de paters (Augustijnen – Gent), velen hebben wij geweten en gekend die bij de paters naar Gent gingen aflezen. En daar hadden ze hulp.X: Wat kregen ze daar bij de paters?Ik weet het niet.X: Paasnagels?Ja, ’t is juist. Die staken ze boven de deur voor het kwaad niet binnen te komen, om iemand niet binnen te doen komen die niet mag. Hier heb ik er ook nog ene boven gestoken. Dat is assen van iets, dan kan het kwaad niet binnen. Kijk, dat is een paasnagel, ge moet dat boven de deur hangen met een punaise. Dat is as van iets en ik heb dat gekregen van de pastoor van Nederename, van pastoor Buckens. Dat is as van wierook.
Beschrijving
Als de mensen een kind hadden dat betoverd was, dan gingen ze naar de paters van Gent. Daar kregen ze paasnagels om boven de deur te steken. Daardoor kon het kwaad niet binnen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
146D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Welden   
Plaats van Handelen
Gent   
