Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0092_0092_16427 - Spokerij op hofstede (brooddeling nagelaten op jaarmis)

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Over tijd, ze deien alle jare een jaargetijde, maar ze deien toen vier zakken, honderd kilo, koren bakken voor de werkmensen. Die mensen hadden de groten dienst gedaan, maar geen koren doen bakken. Nu, ’t was binst den nacht altijd gerucht boven, op de zolder, altijd lijk alles door mekaar smijten. Dat was omdat ze dat koren niet doen bakken hadden. Ze hebben toen dat koren doen bakken, ’t was gedaan. Ze peisden dat het dadde was. Nooit geen verkeer meer op de zolder, nooit geen doden meer weregekeerd toen. Dat was een gewoonte overtijd. Ik heb dat geweten. Als er een grote dood ging, er was een brooddeling gedaan. Was het een hele groten, ’t was een grote brooddeling. Was het maar van ten negen en half, ’t was minder. Was het maar van ten negen, ’t was nog een keer minder. Nu, de boeren deien een brooddelinge en de werkmensen gingen naar ’t gemeentehuis erachter. Die mensen hebben dat niet gedaan. Daardoor hadden ze die dode die werekeerde om ’t ulder te zeggen.

Onderwerp

SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)    SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   

Beschrijving

Vroeger was het de gewoonte om een brooddeling te houden als er een welstellende boer was gestorven. Er werd dan korenbrood gebakken dat men aan de armen uitdeelde. Op een boerderij hoorde men 's nachts op zolder altijd lawaai alsof alles er dooreen werd gegooid. Bij het jaargetijde voor de boer die daar gestorven was, had men namelijk geen brooddeling gehouden. Nadat men het korenbrood had laten bakken, hoorde men geen vreemde geluiden meer op de zolder.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
1
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Dikkebus    Dikkebus