Hoofdtekst
’t Gene dakke nu gaan vertellen hè gebeurd bij Hilaire Decroix; dat huus stond ton leeg ’t en koste daar niemand bluven weunen, ’t spookte daar. Ten twaalven ’s nachts hoorden ze daar altijd ’n wreed lawijd en ze wierden geschud in hulder bedde, allè heel ’t huus daverde, en ’t kwom zoverre dat er daar niemand wilde bluven weunen. Up de lange deur ès er ton een joeng koppel op die hofstee gekommen van Proven; da wos ne ferme boerezeune en je had van niet benauwd. "We gaan slapen", zei ’t ne tegen zin wuf, "en we gaan nooit begaren (laten blijken) dat we het horen." Maar ten twaalven ’s nachts begoste da were. Ze wierden geschud en geslegen in hulder bedde, en heel ’t huus ruttelde en daverde, en ze zagen lik gedaanten voor de vensters. Ze bleven olle twee in hulder bedde, en van oet ’n beetje stilder wos, j’hoorde lik leven in de kelder, en de vent ging gaan kijken en je zag van up den trap oezwo drie keersen staan rond ’n pitje en ’t lag daar masse goudegeld en ne gebrokene pot. ’s Anderendaags diene jonge boer had niet te verletten en je ging naar de kelder, en je haalde diene pot up; en je ging daarmee naar de geestelijkheid van de parochie, en de paster hèd dat afgelezen en ze mosten geld geven voor enigte messen te doen en de reste mochten ze houden en da wos ton helegans gedaan. Da wos ’t geld van mensen die daar eer geweund hadden, en daardeure zat dat daar niet pluus zeker.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
In een leegstaand huis durfde niemand te komen wonen omdat het er spookte. Om middernacht hoorde men er altijd lawaai. Heel het huis daverde dan op zijn grondvesten. Op een dag nam een dappere boerenzoon samen met zijn vrouw zijn intrek in het huis. Om middernacht hoorden de man en de vrouw lawaai en ze zagen gedaanten bewegen voor het raam. Toen de man iets in de kelder hoorde, besloot hij te gaan kijken. Rond een putje stonden drie brandende kaarsen. In het putje lag een gebroken pot met geld. De volgende dag haalde de man het geld boven en liet een geestelijke komen. Een deel van het geld werd gebruikt om missen te doen. De rest mocht het echtpaar houden. Het geld was van de vroegere bewoners van het huis.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
143
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluveld   
