Hoofdtekst
De auwelkes dat was vies volk. Ik heb ze zelf nooit meer gezien, dat was nog voor mijnen tijd, en ik ben al van zestig.Die woonden in de auwelekalders wie ze zegden, dat was in de ouw muren. Daar was zo iets wie een barak, maar toch in steen gemetst, en daar zaten die in. Mijn vader is daar nog mee dood gebleven, met die te slechten; die waren zo hoog wie die huizen daar, dat weet ik nog goed. En dan 's nachts kropen ze daar onder door. Daar was zo'n gewelf. Daar kropen ze in, en dan deden ze dat toe. Dan kwamen ze uit in het Meinestraatje, uit een opening. Maar dat waren rovers, die gingen dan bij de mensen roven, jaja.
Onderwerp
SINSAG 0070 - Erddämonen stehlen Speisen und Trank   
Beschrijving
De alvermannetjes woonden in kelders en kwamen 's nachts tevoorschijn via een gang die uitkwam in het Meinestraatje. De alvermannetjes drongen de huizen binnen om er te gaan stelen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Meinestraat (Bree)   
