Hoofdtekst
Mijn vader die scheper was, ging ook eens buurten op den Papenberg; zooals altijd nam hij zijn schepersvork mee. ’s Avonds kwam hij laat terug, zijnen kop vol gespook en geheks, want ’t was weer volop heksenkermis geweest dien avond. Opeens ziet hij van ver iets scherp lichten in de maneschijn; hij dacht onmiddellijk dat het een spook was en waarachtig het was zoo. Hoe dichter hij kwam hoe meer het hem op een spook geleek. De schrik sloeg hem om het hart, en hij gooide zijn schepersvork naar het spook en liep toen zonder zich te bedenken naar huis. ’s Anderendaags ging hij zijn vork halen… en vond ze rechtop steken in een bloeienden bremstruik.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een schaapherder die bij maneschijn terugkwam van de Papenberg, zag in de verte een spook verschijnen. Verschrikt gooide de herder zijn mestvork in de richting van het spook en haastte zich naar huis. Toen de man de volgende dag op diezelfde plaats kwam, zag hij dat zijn mestvork rechtop stond in een struik.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kerkhoven   
Plaats van Handelen
Papenberg (Kerkhoven)   
