Hoofdtekst
In Betincourt was e vrouwke, die kon van alle toverij. As doa e kind was wa fivelaine - 'fièvre lente' is dat in 't frans, hein! - dan gingen ze doaheen. Die haalde dan ene grote boek uit en ze zat (= zette) ene sleutel op de boek en met hare vinger deed ze die sleutel draaien, en dan hiel(d) die opeens stil en dan zei ze: 'de moes bedevaart gaan noa Bloirkapelke' ofwel sjigde (= stuurde) ze tich noa Hoei (= Huy) noa enen Heilige.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Betincourt woonde een vrouw die kon toveren. Op een dag genas de tovenares een kind dat koorts had. De vrouw haalde een groot boek en speciale sleutel boven. Daarna gaf ze de zieke de raad om op bedevaart te gaan naar de kapel van Bloir of naar een heilige in Huy.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
917
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
Plaats van Handelen
Huy   
Bloir   
Betincourt   
