Hoofdtekst
Varken staat dood tegen de muur.Da was as wij in den Binnepad woonden. Ik ging beet steken en ik wou da varken gaan voeieren. Hij sting keersrecht tegen de muur, en hij kwaam aan den bak nie. Hij sting dood aan de muur. 'k Gaan naar de slachter. 'k Zeg: "Nauw sta me varken dood as ne steen aan de muur." 'k Zeg: "Wat is da nauw?" "Ik weet nie wat da 't is", zeet ie. Nauw komt de pastoor en ik was aan 't hout kappen. "Wat is't: e leeg kot?" zegt ie. "Ja ge zoudt er bang van worren: ik hem altij tegenslag, ik hou geen varkes meer!" 'k Zeg: "Nauw sting me varken dood tegen de muur." 'k Zeg: "Ja, ge meugt het gaan vrage aan de slachter." Hij doet dat deurken open, gaat in 't kot en begint heel 't kot af te lezen mee zijnen boek in zijn handen. "Ge moet nie meer bang zijn", zeet ie, "ge meugt er wel tien ineens inzetten." En toen zijn z'allemaal gaan groeien gelijk een kool. Da zal ook een kwaai hand gewist zijn.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man bij wie al veel varkens waren gestorven, stelde op zekere dag vast dat één van zijn varkens dood tegen de muur stond. De pastoor kwam het varkenshok overlezen met zijn boek in de hand en zei: "Je hoeft niet bang meer te zijn. Je mag er wel tien ineens in zetten". Daarna groeiden de varkens allemaal als kool. Het moest de kwade hand zijn geweest, die het ongeluk had veroorzaakt.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
201
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Stabroek   
