Hoofdtekst
’t Woren twee meischges die passeerden lansen de Duutsche schaper en ze zein geen goên dag. En zo ze enigte stappen vodder woren, d’ene keek nor d’andre en zegt d’ene tegen d’andre: "Je zit gij vul luzen", en d’andre zei: "En gij ook." En z’één ulder ommegekeerd en goên dag gezeid tegen de schaper en ze woren ulder luzen kwijt en de schaper zei: "Je gaat leren goên dag zeggen tegen de menschen."
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Twee meisjes liepen een Duitse schaper voorbij zonder hem te groeten. Wat verderop stelden de meisjes vast dat ze vol luizen zaten. Daarop keerden de meisjes terug. Deze keer zeiden ze wel "Goedendag" toen ze de schaapherder zagen, waardoor deze laatste zei: "Zo zullen jullie wel leren om voorbijgangers te groeten!"
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
219A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Bikschote   
