Hoofdtekst
me vôder kam es thös; en hem kam on een kapel bê de Kottebos; en dô zag hem ene weerwolf; en dee liet hem ni duir; dee liet niemand duir.
Beschrijving
Een man die naar huis wandelde, kwam aan de kapel bij de 'Kottebos' (?) een weerwolf tegen, die hem de weg versperde.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (sint-truiden)
634
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mielen   
Plaats van Handelen
Kottebos (?) (Mielen)   
