Hoofdtekst
De mensen hadden vroeger blaffeturen. Ons moeder heeft dat ook verteld. Dat was onze secretaris die dat deed, dat weerwolven. En ze deden zich een vel aan en ze kwamen de mensen tegen en als ge hen uw voorschoot gaf, trokken ze die helemaal kapot. Maar als ge zegde dat ze u moesten dragen, dan moesten ze u dragen. En 's anderendaags kon je goed zien wie het geweest was, want ze waren heel blauw van die blauwe voorschoten met hun tanden kapot te trekken.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Weerwolven droegen een vel en liepen naar voorbijgangers. Als je de weerwolf de opdracht gaf je te dragen, dan moest de weerwolf dat ook doen. Als je een schort naar de weerwolf gooide, moest hij die helemaal uitrafelen. De volgende dag kon de weerwolf makkelijk worden ontmaskerd omdat hij de blauwe draden van de schort tussen zijn tanden had.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (zuiden)
56Q
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ename   

