Hoofdtekst
Ne boer aan ’t onzent woonde op een tempeliershof. Een tempeliershof dat ligt te mirrelt in ’t water. Z’hadden daar ne boom en een kot staan waar dat er niemand mochte omtrent komen. D’r was daar ook een plekke in de grond waar dat er altijd leven was. Ze gingen naar de paters. Ze kwamen en ze moesten daar ne put maken. Z’hoorden ton nog meer leven. Achter drie dagen keerde hij were en ton was dat gedaan. De geestelijken moesten drie dagen lezen zonder water of brood.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een tempeliershof was omringd door water. Er was daar een boom en een put waar niemand in de buurt mocht komen. De paters gaven de mensen de raad om een put te graven. Daarna spookte het er nog erger. Nadat de dode drie dagen later was teruggekeerd, spookte het er niet meer. De geestelijken moesten drie dagen leven zonder water of brood.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (houtland)
724
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Tempelhof   
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
