Hoofdtekst
Het sjent dat vruuger dek e ne kettelhond in het deurp rondloep. De minsen hoanen ter ferm sjrik van. Ze sloeten deuren en vinsterss heel goed tauw. De kettelhond doog (deed) niks aaners as janken van 's meurges tot 's oavens.
Beschrijving
Vroeger liep in Ulbeek een hond met een ketting rond, die de hele tijd zat te janken.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
199
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ulbeek   
Plaats van Handelen
Ulbeek   
