Hoofdtekst
Te Engelmanshoven heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen: 'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken', dan kwamen ze uw werk doen. 'Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen. 'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze. Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens. 'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk: 'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.
Onderwerp
SINSAG 0052 - Zwerge graben eine unterirdische Verbindung (Graben)
  
SINSAG 0064 - Hilfsbereite Zwerge verspottet: das Glück wendet sich
  
SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
In Engelmanshoven hadden de alvermannetjes onderaadse gangen gegraven, waarin ze tafeltjes en stoelen van aarde hadden gebouwd. Wie veel werk had, moest een lekkere koek klaarleggen, en dan zouden de alvermannetjes 's nachts het werk komen doen. Een vrouw die zonder dienstmeid zat, maakte een grote kom rijstpap voor de alvermannetjes. De alvermannetjes kwamen zo graag bij de vrouw, dat ze zich na een tijdje vaak in de keuken lieten zien. Toen de vrouw een nieuwe dienstmeid had, werd dat meisje altijd door de alvermannetjes geplaagd. Daarop sprak de vrouw met de overste van de alvermannetjes, van wie ze de volgende raad kreeg: "Wanneer mijn alvermannetjes nog eens komen, dan moet je een snede brood aan je dienstmeid geven. De meid moet dan op de grond haar behoefte doen. De alvermannetjes zullen dan zeker niet meer terugkomen." En zo gebeurde het ook.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.2 Aardgeesten
zuid-limburgs
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Truiden   
Plaats van Handelen
Engelmanshoven   
