Hoofdtekst
- ’t Hèt ne keer ingebroken geweest in de kerke ip Toontjes zaterdag, ’s nachts was t’er ingebroken. In de valavond kwamen d’r viere tor onzen achter een glas bier. ’t Was daar één bij die geen woord zei. Da waren verdachte kerels. Den dokteur Verscheure kwam binnen, en me zeien: "Dag dokteur" en ton gingen ze voort. Maar da waren verzekers Pollets want ’s nachts hèn ze ton ingebroken in de kerke.- ’t Was daarn een liedje van, maar ‘k hè juste ’t refreintje onthouden:De bende van PolletWerd onverletHet hoofd afgeslagen.Elk is tevreêNiemand zal klagen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Op een zaterdagnacht werd er ingebroken in de kerk van Ruddervoorde.
De avond voordien had men in het café vier mannen gezien, die een glas bier kwamen drinken. Die mannen gedroegen zich vreemd en één van hen sprak geen woord. Wellicht waren het die mannen, die die nacht de inbraak hebben gepleegd.
Over de bende van Pollet bestond ook een liedje.
De avond voordien had men in het café vier mannen gezien, die een glas bier kwamen drinken. Die mannen gedroegen zich vreemd en één van hen sprak geen woord. Wellicht waren het die mannen, die die nacht de inbraak hebben gepleegd.
Over de bende van Pollet bestond ook een liedje.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (o van houtland)
555
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
