Hoofdtekst
Geschoten konijntje wreekt zich.Z'aaien wist te jagen en z'aaien e klein wit konijntje geschoten. De Platte en zo waren er bij. En ze schieten da konijntje. Maar eerst kosten z'het nie raken. Hij aai het tegen ze moeder gezee. En da was een goeivrouw en die sting nogal wit met de pastoor. En die gaaf geweien hagel. En veeg, ze schoten da konijntje! Maar hemmen die daar afgezien! Den ene wier hier geslagen, den andere daar. En ze liepen naar huis en daar ligt het land wel twee meter boven 't ander uit, en de korenvoren daar was allemaal water in. Ze waren mestnat as ze thuis kwamen. En da was pakt een honder meter, en 't was over nen berg: d'r kost geen water zijn en de korenvoren stingen vol. En 's morgens komt den dokteur en da wijfken aai ne scheut: maar d'r is niks van gekommen: de jongen is gevlucht en den dokteur dien haalden er de ballen uit en dien hee ze genezen. Da wijf, die ouw teef, die aai verdorie da gedaan. Cilia heette da wijf. "Moe! Wat is er mee Cilia gebeurd?" "Die hemmen ze geschoten mee een half franksken, ei!"
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Enkele jagers hadden een klein wit konijntje geschoten met behulp van gewijde hagel die ze van een vroedvrouw hadden gekregen. Op hun weg naar huis kregen de jagers echter veel te lijden. Ze werden geslagen en heen en weer geslingerd tot ze helemaal bezweet waren. De volgende ochtend moest de heks de dokter laten komen om de kogels uit haar lichaam te laten halen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
314
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zandvliet   
