Hoofdtekst
ene joeng ging es no zenen hös ’s ôves; en dô ziet hem e spouk; en hem hâ de meshôk meigenoume; en hem houwt het spouk; en ’s merges lag dô nen ândere knecht; dee kon zich in spouk verândere.
Onderwerp
SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   
Beschrijving
Een jongen die 's avonds naar huis ging, sloeg met een mestvork naar een spook. De volgende dag lag op die plaats een knecht op de grond. De knecht was een tovenaar die zichzelf in een spook kon veranderen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (sint-truiden)
545
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mielen   
