Hoofdtekst
Ne mins hâ e klêen geffelke bê ne lange stek en stak obbe klinkhond. Den hond viel ôn en de mins goeide ne roeie zakdoek in zen muil. 's Anderdôgs zôgter ne man bê ne verscheurde zakdoek rond zennen hals. Dieje man veranderde 's nachs in weerwolf.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een man haalde met zijn bijl uit naar een hond die een ketting om zijn nek droeg. Omdat de man door de hond werd aangevallen, gooide hij een rode zakdoek naar de muil van het beest. De volgende dag kwam de man iemand tegen, die een verscheurde zakdoek rond zijn hals had.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (herk-de-stad)
887
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
