Hoofdtekst
Dat hing van 't weer af of de vuurman te zien was. Met mistig weer dan zaagt ge hem. Met de wind hoeppert zich die weg. Ich heb hem ooit gezien. Daar aan Rooie Pier tussen Kaulille en Neerpelt in, ich weet 't nog goed. 't Was winterdag, 't had zo wat gevroren en ich ging maar recht toe. Daar was 't zo wat moerassig ich dacht dat zal mich wel houden. En daar zag ich hem uit de grond omhoog komen. Dat was just wie ene die e stekske aan-steekt. En hij wapperde zo wijt over de hei eweg. En van tijd dan schudde hij zich zo en dan flonkerde dat vuur uiteen. De mensen waren daar verschrikkelijk bang van. Hoei joei als de vuurman in de hei geweest was, jamaar dan. Maar die deed u niks.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
De vuurman zag men vooral bij mistig weer. Een man die op een koude winterdag tussen Kaulille en Neerpelt wandelde, zag de vuurman uit het moeras komen. De vlam vloog met de wind weg over de heide. De mensen waren bang voor de vuurman, hoewel hij nooit iemand kwaad deed.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (noord-west)
39
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Neerpelt   
Plaats van Handelen
Kaulille   
Neerpelt   
