Hoofdtekst
Da was in Kachtem en o ze ’s navends maalden, goeng d’r alten een dood. En ’t was daar were ne nieuwe knecht en je maalde ’s navends. En binst dat ie an ’t malen was komt d’r daar een katje en ’t schart (krabt) met z’n pootje onder de poorte in de muelen. En je pakt z’n mes en je steekt het in da pootje. Maar ’s anderendaags ’s nuchtends was de boerinne stijf gekwetst an heure arme en da was zij geweest.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Wanneer men bij een molenaar in Kachtem 's avonds maalde, stierf er altijd iemand. Een nieuwe knecht die ook weer 's avonds maalde, zag een katje met zijn pootje aan de poort van de molen krabben en stak een mes in het pootje. De volgende ochtend had de molenares een grote wonde aan haar arm.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
351
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
Plaats van Handelen
Kachtem   
