Hoofdtekst
Moeder vertelde ook dat ze de waterduivel nog gezien hadde. Dat was aan grootvaders, aan ’t leitje. ’t Was daar een duiker (aquaduct) en je (= hij) kwam hij daar uit die siphon en je (= hij) pakte je vast en je smeet je d’rin. J’hadde een grote keten aan z’n nekke zei moeder. Burgemeester Zwanepoel heeft ook nog in ’t water gelegen van de waternekker. En je (= hij) pakte je (u) bij je (uw) kele he.
Beschrijving
Aan 't leitje in Stene was een brug waar een waterduivel zat, die de mensen in het water sleurde. De waterduivel had een ketting rond zijn nek. Op een dag werd zelfs een burgemeester door de waterduivel bij de keel gegrepen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Leitje (Stene)   
Naam Locatie in Tekst
Stene   
Plaats van Handelen
Stene   
Leitje (Stene)   
