Hoofdtekst
Toen we op de Hei woonden, hè, dat was aan deze kant. De man was een brave mens hè, die ging werken in de put. Maar de vrouw, dat was al zo eh ge weet wel: tussen hangen en hè haha. En dat heb ik horen zeggen, dan moesten we en dat is nu - neen de Hoogbrug staat er nog hè op de Kempische Steenweg op de oude baan, het oud stuk als ge de brug oprijdt. Daar moesten ze dan de beemden ingaan om thuis te gaan en anders moesten ze zo ver de steenweg, maar daar was zij het eerste, zo door de beemden. Wij gingen daar ook veel door maar als we alleen gingen mochten we dat niet. Awel en als die, zo zette ze haar voet in die beemd hè op de brug, dan sprong daar iets op haar en die droeg totdat ze uit de beemd kwam en zo vlood het zweet van haar af. En als ze uit de beemd kwam, dan sprong het van haar af.
Onderwerp
SINSAG 0934 - Teufel lässt sich tragen.   
SINSAG 0917 - Teufel (in Tiergestalt) erschreckt Sünder (Fluchende, Holzdiebe, Sonntagsschänder oder Spötter).   
Beschrijving
Op de Heide woonde een mijnwerker wiens vrouw zich slecht gedroeg. Toen de vrouw naar huis wandelde, sprong er bij de Hoogbrug plots iets vreemds op haar rug. De vrouw moest de vreemde verschijning dragen tot ze voorbij de beemd was.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
3.1 Duivels
midden-limburgs
b
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Heide (Diepenbeek)   
Hoogbrug (Diepenbeek)   
