Hoofdtekst
Ja, ik moest daar door de gangskes uit. M’n grootmoeder woonde in het dorp en ik moest naar de Kwartel. En dan moest je door gangskes uit, tussen ‘heuf’(= achtertuinen) door. En dan kwam dikwijls een hond langs je (door) - ja, wat liep daar niet allemaal - en die wreef dan langs je. Ja, dan is (= was) het: "Och god, daar is het zo laat!" En toen was het ijskoud. Ik heb in m’n leven uren buiten gestaan om te kijken of niemand kwam om mee door te gaan. En dan maar ‘fleute tèrre’ (= al fluitend) door.
Beschrijving
Een man die tussen de achtertuinen door liep, kwam een hond tegen die de hele tijd langs hem wreef.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (groot-riemst)
4H 140
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
