Hoofdtekst
E volgende keer dat z’ook van gunter kwamen, ’t is ol zo zeker gebeurd of dat ‘k ik hier zitten, moeder e dat ollemale verteld, mosten ze scheên van mekaar. Noenkel Pieren zei: "’k Gon ik hier ’t noeke de stikken (een hoek afsteken van ’t land)." Den andern zei: "’k Gon ik hier nog e keer mijn broek ofsteken." En achter e minute of twee of drie stoend er dor e gedaante voor hem. ’t Wos lik e gete zoender kop. Enne peinsde dat dat noenkel Pieren wos enne zei: "Pieren, je moet gij mij niet benauwd maken wè!" Enne wilde rechte ston mor ne wos achterover gestuukt in zijn brood.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Twee mannen uit Staden kwamen samen terug van Zarren. Op zeker ogenblik besloot één van de mannen een binnenweg te nemen. De andere ging zijn behoefte doen langs de weg. Na enkele minuten zag die man een geit zonder kop lopen. Hij geloofde dat het zijn oom was en riep: "Oom, je moet mij niet bang maken!" De man wilde opstaan, maar viel achterover...
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
25E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
Plaats van Handelen
Staden   
Zarren   
