Hoofdtekst
Bij ons was vroeger ook zo'n tovenaar, als zijn huis in Mariekerke nog niet af was, ging hij bij ne nonkel van mij slapen. 's Nachts stond hij op, "zoekt ge naar de pot?" zei mijn nonkel. "Nee, ik hoor ne wind", zei hij. Als hij daar twee uur gestaan had op zijn kamer ging hij slapen. En thuis gebeurde het ook dat hij 's nachts opstond, want zijn dochter heeft het mij verteld. Ik heb er nog zo wat mee gevrijd, ziet ge.
Beschrijving
Een tovenaar logeerde bij een vriend omdat zijn huis nog niet af was. Toen de tovenaar 's nachts opstond, vroeg zijn gastheer: "Zoek je de pot?" De tovenaar antwoordde: "Neen, ik hoor een wind". Toen de tovenaar daar twee uur had gestaan, ging hij weer slapen.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
302
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   
