Hoofdtekst
Toe Gust Vervincks in Zeldonk had er een oud vrouwmens weest schooien, maar z’en ha niets gekregen. Ze ging koleirig (kwaad) van dat hof en riep: "Da zulde elder beklagen!" En ‘t ’s andrendaags was de melk dikke. En onze kerndigen geen botre en op den bom van de pulle (karn) lagen d’er kopren spellen. Ze gingen naar de paters en de die zeien danze da vrouwmens iets moesten geven osse (als ze) kwam. En ’t was ermee afgelopen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij in Zeldonk had men een bedelares weggestuurd zonder haar iets te geven. De bedelares was boos weggelopen met de woorden: "Dat zullen jullie je nog beklagen!" De volgende dag kon men op de boerderij geen boter meer karnen. Op de bodem van het botervat vond men bovendien koperen spelden. De paters gaven de mensen de raad om de bedelares iets te geven. Toen men dat had gedaan, kwam er een einde aan het ongeluk.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
303
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
Plaats van Handelen
Zeldonk   
