Hoofdtekst
Vrijer is een weerwolf.Ne jongen vrijde met een maske. En ze kwamen zo van Kapellen. En ineens zei hem tegen dat masken: "Ga maar al voort, ik moet eens ergens naar toe en als ge iet tegenkomt, dan gooit er maar ne grote witte zakdoek naartoe." En hij was nog maar fijn weg of daar was ne grote zwarten hond en ze gooide die witte zakdoek. Maar als heure vrijer terug bij heur komt, ziet ze de stukken van de zakdoek nog tussen zijn tanden steken. En zij weg en ze heeft hem nooit niet meer gezien.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen die met zijn vriendin terugkwam van Kapellen, sprak tot het meisje: “Ga jij maar voort. Als je iets tegenkomt, gooi er dan maar een grote witte zakdoek naar. De jongen was nog maar net weg of het meisje zag een grote zwarte hond aankomen en gooide de witte zakdoek. Toen haar vriend terugkwam, zag het meisje dat de stukken van de zakdoek tussen zijn tanden staken. Het meisje liep weg en heeft de jongen daarna nooit meer teruggezien.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
1.6 Weerwolven
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
278
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ekeren   
Plaats van Handelen
Kapellen   
