Hoofdtekst
Alfons De Wilde giengd ki gon kieken en j’had vele druppels gedroenken vodien om sterk te stoan. En o’t ie were kwam vroegen z’n moaten: "Ej wa gezien”? "Ja’k, boven ip de veust (nok) van heur huus zaten d’er twi geeten (geiten) petatten te schellen”!
Beschrijving
Een man die naar een bespookte plaats moest gaan kijken, had vooraf enkele borrels gedronken. Op de nok van het dak had de man twee geiten gezien, die aardappelen aan het schillen waren.
Bron
C. Dewaele, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (oostkust)
305
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stalhille   
