Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0116_0117_20935

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

En ze makten e keer liejges van Bakelandt en ze stoen met die liejges. En Bakelandt wiste dat enn’hoorde hij dat zingen. En die menschen, die vint en zijn wuuf, an e karrige mee en Bakelandt lag up ulder weug. Zegten tegen die vint en dat vromens met ulder liejges: "Moek e bitje helpen steken an julder karrige?" En ze zein van ja. En ze woren te vullen in ’t bus toene, enne pakte dat vromens enne vermordde z’in ’t bus. Die vent e weggelopen en Bakelandt et er achter gezeten mor n’etten niet gekregen mor ’t scheelde niet vele.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Vroeger maakten de mensen liedjes over Bakelandt. Een man en een vrouw die met de kar onderweg waren, zongen zo'n liedje. Bakelandt hoorde het en vroeg: "Mag ik jullie karretje wat helpen duwen?" De man en de vrouw stemden toe. Toen het drietal midden in het bos was beland, vermoordde Bakelandt de vrouw. De man kon op de vlucht slaan.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
61B
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Merkem    Merkem