Hoofdtekst
En met e zeune van Diericks, wien dat en ook gedaon hadde, en e wilde nor Ijsland en e was meer dan nodig thuus, en e gienk no de biechte vo dat en nor Ijsland gieng en paster Lootens zei “Cesar” zeit en “je go nie werekeren”. En n’e nooit mi were gekeerd ook. En is dood en gunter begraven. En de zundag derop, e zei dat op ze prikstoel.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een jongen wilde als Ijslandvaarder gaan werken, hoewel zijn ouders hem thuis nodig hadden. Toen de jongen vóór zijn vertrek ging biechten, sprak de pastoor: "Jongen, je zal niet meer terugkomen". De week nadien kondigde de pastoor op de preekstoel aan dat de jongen overleden was.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (bachten de kupe)
662
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Ijslandvaarder   
Naam Locatie in Tekst
Adinkerke   
