Hoofdtekst
Roend ’t hofsteetje was ’t er ne wal en o je do ’s aves passeerde hoorde je de waterduuvel altied mo blazen en ruttelen me z’n ketens en dendezen die do passeerde goengk ton an ’t zweten.
Beschrijving
Wie 's avonds voorbij de wal rond de boerderij wandelde, hoorde de waterduivel zuchten en met zijn kettingen rammelen. Voorbijgangers waren dan zo bang dat het angstzweet hen uitbrak.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (n van brugge)
24
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Koolkerke   
