Hoofdtekst
Jonkes Klaas, die gong dik 's avonds no Wolder. Er koem dan aan 't Biesenstraatje door en zo gauw als er aan de beemd van Frans Swennen kuum (kwam) dan sprong hem den hond in de nak en als er 'm dan e beetje gesleept had zaat er (zei hij): 'Laat mech nu maar eens aan m'n knijp' en den hond sloeg 'm altijd met zene poot op z'n hand dat er nie in z'n maal (zak) kos. 'Ja, ich zal dech nog maar get (wat) slèpen', zea Klaas dan en dan maakter er zich e kruis en dan bestonk den hond 'm nog eens tegoei. Dat moest verschrikkelijk stinken en dan liet er (de weerwolf) 'm (zich) afvallen en woor er vertrokken.
Onderwerp
SINSAG 0801 - Werwolf lässt sich tragen.   
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Bij de beemd van Frans S. werd Klaas J. altijd besprongen door de weerwolf. De weerwolf hield altijd zijn poot op Klaas' hand, zodat die er niet in slaagde om zijn mes uit zijn zak te halen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
96
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Frans S.   
Klaas J.   
Naam Locatie in Tekst
Waltwilder   
