Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0321_0323_31762

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

Het was op Allerheiligen in 1938... Ik ben in positie (verwachting) en ik ga voor mijn pasen te houden naar Nederename. Er was daar iemand die een zeer slechte naam had. En al binnenkomen zie ik ze (die toveres) zitten en ik kreeg een vrees over mij. En nog ga ik er mij er nog voor zetten! Een tijd nadien kom ik naar mijn man zijn thuis en onderweg pakte mij dat zodanig aan mijn adem, ik geraakte bijna niet thuis. Dat ging dan over na een tijdje. Het kind werd geboren in februari en dat kind was zwart en blauw. Ik zeg tegen de vroedvrouw: „Wat is dat toch?" „Dat zal wel overgaan", zei ze, „'t zal wel overgaan". Die blauwte ging over, 't was een zeer braaf kindje. Het weende niet veel maar het at niet veel ook. Door de lange duur ging ik om dokter Calant. Hij gaf dat kind iets, maar ‘t verbeterde niet. Hij had dat precies vergeten dat het kind ziek was. En het ging al acht dagen mee, ik sta buiten en ik zie de dokter passeren, maar hij kwam niet binnen. Acht dagen nadien ga ik om dokter Vindevogel. Hij komt binnen en ziet ons kindje en zegt: „Komt ge nu nog om mij?" Het verbeterde niet. Hier was er nu een vrouw die nogal veel naar Gent (bij de paters Augustijnen) ging. Ik zeg haar dat. Mijn schoonmoeder had ook al gezegd: “Waarom gaat ge niet eens naar Gent?” Ik vraag haar dat, aan Costers Marie. Ik had dat kind meegedaan en mijn schoonmoeder moest thuiswachten bij onze andere kinderen. En als we ginder kwamen en het kind zijn melk moest hebben, dronk het. We dachten al dat het goed zou zijn. Die paters zeggen : „Kijk madame, 't zal tijdens die negen dagen het één of het ander zijn".Ik kom naar huis van Eine en dat vrouwmens - er is daar in Eine een wegelinkske om naar Welden te komen – moest naar Welden komen. Maar ik moest naar de kerk van Nederename en ik moest ze (die toveres) passeren. En ze stond aan 't hofgat ... 't is precies of het nog maar van de middag geleden is... Ik zie ze nog staan! En van het ogenblik dat ik ze zie, keer ik terug met de schrik op het lijf, en ze stond daar met een zwart kaboske en ze stond daar altijd in te draaien en te foefelen. Ik ben toch verdergegaan. Tussen de negen dagen ben ik 's avonds alleen thuis, de jongens zijn gaan slapen en er wordt aan de deur geklopt. Ik durfde niet gaan opendoen. Ik stond niet recht. Ik weet niet wat het was...Op een keer is mijn schoonmoeder daar ook en de pastoor komt bij ons ongevraagd binnen. Hij gaat recht naar dat kindje en vraagt om wat wijwater. Ik geef het hem en hij staat over dat kindje te lezen en ik had hem dat niet gevraagd! Het zweet liep van zijn gezicht af. Hij is dan weggegaan zonder iets te zeggen. Dat kindje is de negende dag doodgegaan.Ik zou het niet afgaan, voor niets dat er bestaat: dat dat kind betoverd is geweest, van als ik in verwachting was. Dat kind was betoverd. Ik had het gevoel alsof er iets om mij werd geworpen. En dat was van Pareyns wijf. Ik zie ze nog altijd staan. Ik heb toen een paasnagel gekregen, hij hangt hier nog altijd boven de deur. En ik heb er altijd één in mijn geldbeugel zitten.Mijn kind is betoverd geweest. Dat weet ik heel zeker.

Onderwerp

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

Beschrijving

Een zwangere vrouw ging met Allerheiligen naar de mis in Nederename. In de kerk zag de zwangere vrouw iemand zitten, die een hele slechte naam had. De zwangere vrouw ging vóór de toveres zitten. Toen ze na afloop van de mis naar huis ging, had ze het benauwd, zodat ze bijna niet thuis geraakte. In februari werd het kindje geboren. Het had een zwarte en blauwe kleur. De vroedvrouw zei dat alles wel goed zou komen met het kind. Na een tijdje kreeg het kind inderdaad een normale kleur, maar het at niet veel. Omdat de dokter het kind niet kon helpen, ging de moeder met het kind naar de paters van Gent. Eén van de paters sprak tot de moeder: “In de komende negende dagen zal het het één of het ander zijn”. Op haar weg naar huis kwam de moeder de toveres tegen, die daar in een zwarte tas stond te rommelen. Nog vóór de negen dagen om waren, was de moeder op een avond alleen thuis met haar kinderen. Ze hoorde dat er werd aangeklopt. Even later kwam de pastoor ongevraagd binnen. Hij vroeg wijwater en overlas het kind zonder dat men hem dat had gevraagd. De geestelijke zweette daarbij verschrikkelijk. Daarna is de pastoor vertrokken zonder iets te zeggen. Op de negende dag is het kindje gestorven.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
147A
Allerheiligen 1938
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Gent    paters van Gent   

Allerheiligen    Allerheiligen   

Gent (paters van)    Gent (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Welden    Welden   

Plaats van Handelen

Nederename    Nederename   

Gent    Gent