Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0585_0586_32267

Een sage (mondeling), dinsdag 20 januari 1998

Hoofdtekst

I -En hebt ge nog van de witte paters of zo, haalden de mensen die er soms niet bij, de witte paters uit Gent als ze ieverans een beest ziek hadden dat betoverd was of zo?26 -Ja, ja.25 K” -Wel, maar dat geval van die hond dat ik verteld heb hé ...26 -ja, die moeder is wel bij de paters geweest.25 -daarvoor zijn die boeren bij de paters geweest, maar ge moest er naar Gent bijgaan hé, dat waren de witte paters in Gent waar ge moest bijgaan hé, dat gebeurde regelmatig hé, bijvoorbeeld in de stallingen, twee ziektegevallen achtereen van een koeien bijvoorbeeld, dat ze zeggen dat is iets dat niet pluis is, 26 -of in uw huisgezin hé25 -of in uw huisgezin hé, dan gingen ze bij de witte paters.I -En wat moest ge dan doen zo? Welke remedies hadden die dan zo?25 -Bidden hé.26 -Ja, ze gaven u een beeldeken (bidprentje) mee en daar stond een gebed op en als het een ernstig geval was kwamen de paters naar huis.25 -Ja, ze kwamen bij u thuis hé, ja ja.26 -Ja, dat is waar ze.25 -Dat is iets dat recentelijk en ik geloof wel dat dat nog gebeurd.I -Ja?25 -Ja, dat gebeurt nog. II -Om dat af te lezen?25 -Ja, voor het kwaad af te zweren.II -En is dat waar dat ze dan zo zweetten?26 -Ja, ik heb mijn moeder dat nog horen zeggen dat het zweet hun wezen (gelaat) afliep.25 -Ja, ja lijk of dat ze daar intens mee betrokken zijn, dat ze daar zo in verdiept waren.

Beschrijving

Als op een boerderij twee koeien kort na elkaar ziek waren geworden, geloofden de mensen dat het onheil iets met toverij te maken had. De mensen gingen dan naar de paters, van wie ze een bidprentje kregen. Voor ernstige gevallen kwamen de paters zelf langs om het kwaad te overlezen.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
25K"
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Goriks-Oudenhove    Sint-Goriks-Oudenhove