Hoofdtekst
Een meisje van Voortkapel dat ruzie gemaakt had met haar verloofde zei als hij 's avonds wegging: "Ge zult niet goed thuiskomen"! Onderweg moest hij gedurig over beken springen die altijd breeder werden. De laatste was te breed en hij bleef er zitten tot 's morgens. Toen zag hij dat daar geen enkele sloot was.
Beschrijving
Een meisje uit Voortkapel had ruzie gemaakt met haar verloofde. Toen de jongen 's avonds naar huis ging, zei het meisje: "Je zal niet goed thuiskomen!" Onderweg moest de jongen altijd over beken springen die alsmaar breder werden. Toen de jongen bij een beek kwam die te breed was om erover te springen, ging hij daar zitten. Toen het ochtend werd, stelde de jongen vast dat daar geen enkele sloot was.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps
95
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herentals   
Plaats van Handelen
Voortkapel   
