Hoofdtekst
Dwaoslichten hem ich dikkes genoeg gezien. Da hêt echt bestön. Boven broeken zaagde die op en neer gön. Da waren maaikes die licht afgaven. De minsen zeeën dat da zielen van ongedoêpte kinderen waren, mar da hêm ich noêit geluêfd.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Dwaallichtjes zag men vaak op en neer bewegen in de buurt van een broek. Hoewel de mensen beweerden dat dwaallichtjes de zielen van ongedoopte kinderen waren, geloofden sommigen dat het lichtgevende wormpjes waren.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (beringen en omstreken)
55
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
