Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0337_0338_18233

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

De vader van mijn vrouwe kwam vele tegen en ze zeien: "Ga ‘ne keer naar de paters!" Maar ’t waren in Kortrijk geen stijve goede paters en in Izegem ook niet. En hij moeste, hij was verplicht van naar Ieper te gaan. En ’t waren geen treins en geen autobussen, dat was toen al te voete te doen hé. Ach ja, over zoveel jaren!En hij ging te voete naar Ieper. En onder de weg was-t-ie hem iedere keer in de grond geslegen. En als hij bij de paters kwam, hij zei dadde. En de paters zeien toen hé: "’t Is ’n koe dood op ’t hof en ’t lopen der drie met ulder’ne steert gebonden." En inderdaad ’t was waar. En dat was gebeurd te binst dat hij weg was. Ach ja, als hij thuis kwam, zag-t-ie dat ’t waar was hé wat dat de paters gezeid hadden.Zo dat duurde en dat bleef duren. En ’t was ‘ne gebuur, en hij ging ‘ne keer meegaan, omdat mijn vrouwmens vader dat vertelde. En onder de weg, ’t was ’t zelfste hé. En dien gebuur is maar ene keer mee geweest. En heur vader is ten langen laatste belezen geweest van de paters, ’t koste niet meer blijven duren: ze hoorden zilder altijd leven (lawaai), muziek spelen, de zakken vertrekken op de zolder, allé, van alles hé. En heur vader is toen belezen geweest dat er niet meer koste gebeuren.En heur vader is toen naar de propretaris gegaan en in vierennegentig heeft hij hem toen ‘ne nieuwe koestal gehad en in zesennegentig ’n nieuw huis, maar ’t mochte genen ene steen van ’t oud gebouw gebezigd zijn. De propretaris zei: "Ge hebt nu al genoeg tegengekomen en we gaan dat nu ‘ne keer allemale in orde stellen hé. En d’oude stallinge die is blijven staan.En binst den oorloge van veertiene hé, we hadden wij ’n koe en twee jonge beestjes. En die jonge beestjes dat teerde uit, dat deed nooit iets anders of schremen. Als ge die beesten bezag hé, de tranen liepen uit ulder ogen.En de koe moeste in mei kalven. En de paters kwamen ze belezen om dat ze had kunnen kalven hé. En ze kalfde, maar ’t zweet stroomde van de paters en ze zeien: "Ze gaat nu kalven!" En ’t is waar geweest, ze kalfde. Maar ja, z’is toch te kwiste gegaan (kapot gegaan)…

Beschrijving

Een man die veel ongeluk had, ging te rade bij de paters van Ieper. Toen de man te voet onderweg was, werd hij altijd tegen de grond geslagen. Eén van de paters sprak tot de boer: "Op de boerderij is een koe gestorven en drie andere koeien zijn met hun staarten aan elkaar gebonden". Bij zijn thuiskomst stelde de man vast dat de pater de waarheid had verteld. Het ongeluk bleef echter duren. Op een dag ging de buurman met de boer mee naar de paters. Ook die buurman werd onderweg tegen de grond geslagen, waardoor hij de volgende keer niet meer wilde meegaan. Op de boerderij hoorde men altijd muziek en lawaai alsof op de zolder zakken werden verplaatst. Uiteindelijk liet de boer zich overlezen opdat er een einde zou komen aan het ongeluk. In 1894 kreeg de boer van zijn huisbaas toestemming om een nieuwe stal te bouwen. In 1896 werd er een nieuw huis gebouwd. Er mocht echter geen enkele steen van het oude gebouw worden gebruikt. Tijdens de eerste wereldoorlog werden in de stal twee jonge dieren ziek. De dieren hadden zoveel pijn dat de tranen uit hun ogen liepen. Omdat in mei één van de koeien een kalf moest werpen, liet men het dier door de paters overlezen. De geestelijken waren helemaal bezweet. Het kalf werd zonder problemen geboren, maar het is uiteindelijk toch gestorven.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
533
Omstreeks 1894
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Ieper    paters van Ieper   

Ieper (paters van)    Ieper (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Beveren-Leie    Beveren-Leie   

Plaats van Handelen

Ieper    Ieper