Hoofdtekst
Tante vertelde van een ook en z’hadden d’r een brokke presoemje (beetje verdenken) op. Die kortewagen (kruiwagen) kam ’n helft van tijd (soms) alleen voor te komen werken. ’t Was niemand die hem daaraan verstond. En ze sloegen een keer met een stok op de kop van de kortewagen en ’s anderendaags had die vent een gehele kwetsure aan z’n voorhoofd. Dat was ook zo’n toverare.
Onderwerp
SINSAG 0670 - Zauberer macht sich unsichtbar.   
Beschrijving
Op een boerderij werkte een jongen die men van toverij verdacht. Vaak gebeurde het dat de kruiwagen vanzelf kwam aangereden, zonder dat er iemand in de buurt was. Op een dag sloeg men met een stok tegen de kruiwagen. De volgende dag had die verdachte jongen een wonde aan zijn voorhoofd.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
246
Tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leffinge   
