Hoofdtekst
Jà en dat kestiël, ich heb dat nog weiten vervallen, op 't lèste van de jaoren twintig hebben ze dat âfgebroken. Dat waor eigendóm van Bram, Abraham, de Jud (Jood), en dèi verheurde dat dan wijer. En toen wou dao niemand miër woënen, en toen zagten ze dat het dao spoëkde. Dan vloogen dao 's nachts alle deuren open en dan zoagen ze e wit spoëk, en dao waoren d'rs zelfs die zagten dat ze dao eeder nach om twelf ore natuurlik, twië pèird zaogen op de bènnenkoer van de dèngk. Jà, dat laog dao zoëget hauf-vervallen, en dan maakden ze dao zoë van alles van hé...
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Vroeger stond in Maasmechelen een kasteel dat eigendom was van de jood Abraham. De man vond echter geen huurder voor het kasteel, omdat het er spookte. 's Nachts vlogend de deuren open en dwaalde er een wit spook rond. Om middernacht zag men bij het kasteel soms twee paarden staan.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (maasvallei)
M/X/65
Vóór 1920
fabulaat
Bandopname
Naam Overig in Tekst
Abraham   
jood   
Naam Locatie in Tekst
Maasmechelen   
Plaats van Handelen
Maasmechelen   
