Hoofdtekst
Hier was er ene in Boggend die had twee verkens. En zo gauw als hij in 't bed lag begosten die toch lelijk te doen. Op 'ne keer kos hij het niet meer uithouwen en hij stond op en hij gong kijken. Dan stonden de verken daar zo te kijken en te riééren. Maar die meende dat hekserij niet bestond: ze hadden het hem al zo dikwijls gezegd: 'Ge moet eens naar het menneke van Oostham gaan', en hij gong ook naar dat menneke. Hij kwam daar: 'Wat zal het zijn, man?' 'Ja, dit en dat... ik kom U raadplegen.' En toen zei het menke tegen hem: 'Gij gelooft daar niet aan, ge hebt het nooit willen geloven. Maar nu begint ge er toch al wat aan te geloven.' 'Ja, goed.' 'Gij zijt aangetast van de kwaai hand' zei het menke, 'zoudt ge ze graag kennen?' 'Ja, zeker', zei hij, 'dan weet ik toch waar ik mij voor moet wachten.' 'Dan ga maar in den heerd staan', zei het menke, 'dan komt ze seffens voor de glaas door.' Maar hij gong zelf buiten. En daarmee kwam ze ook door: het was Trien B. uit 't Goolder. En toen geloofde hij.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Bocholt woonde een boer wiens varkens 's nachts altijd veel lawaai maakten. Wanneer de boer ging kijken, staarden de dieren hem aan met een vreemde blik in hun ogen. Hoewel de boer niet in hekserij geloofde, liet hij zich uiteindelijk toch overhalen om naar een man in Oostham te gaan. Die man sprak tot de boer: "Je varkens zijn in de macht van de kwade hand. Als je wil weten wie jou dit aandoet, dan moet je hier blijven staan. Zometeen zal de heks aan het raam verschijnen." Zo gebeurde het ook. De heks was Trien B. uit 't Goolder.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Trien B.   
Naam Locatie in Tekst
Bocholt   
Plaats van Handelen
't Goolder   
Bocholt   
Goolder ('t)   
Oostham   
