Hoofdtekst
In de steeg doaonder, woonde e wijf, dat was een heks! Ze wis(t) toch goed a doorging, al was het middernach(t). Doa was ene man, die werekte met Engelborghs, en ze waren aan 't mes(t) uitvaren. In den hoek van de mesthof stond ene put... de wagel viel met het a(ch)terste rad in de put en bleef steken. Die heks, die woonde doaneven en ze komt uit: - 'Kunt zje nie uit?' vroeg ze. - 'Nein,' zeien ze. - 'o, doe lomperik! vaart! het gaat toch!' zei de heks en ze riep op het pjaad (= paard) en de wagel was uit.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
E. ging samen met zijn knecht het veld bemesten. Toen ze wilden vertrekken, zat het achterste wiel van de mestkar echter vast in een put. Daarop kwam de buurvrouw naar buiten en sprak: "Zitten jullie vast? Dommeriken! Rijd toch verder!" Toen de heks het paard riep, kwam de kar moeiteloos in beweging.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
R75
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
