Hoofdtekst
't Was in 't vallen van den avond, en ich was in 't veld aan 't zichten, ich had maar intige bök (= enige schoven, tas) niemee staan, en ich dach(t): 'ich gon dat nog gauw afhouwen.' Mè onder liep e voetbaanke door en doa kwam ene man door en die riep: 'De kons jagen of drieven, de zuls het vandaag toch niemee afkriegen!' Ich houwde toch nog vots (= voort), en ich had zeker nog een uur gehouwd, maar ich avanceerde niemee. Toen ben ich thuisgegaan, en ich heb het laten staan tot 's anderendaags.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een boer was bij het vallen van de avond nog graan aan het maaien. Omdat de boer nog maar een klein stukje moest maaien, besloot hij nog even door te werken. Een voorbijganger riep echter: "Hoe je je ook haast, je zult het graan vandaag niet meer gemaaid krijgen". De boer werkte echter toch verder. Na een uur maaien leek het echter alsof hij helemaal niet was opgeschoten. De boer besloot dan maar naar huis te gaan en de volgende dag verder te werken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
865
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
