Hoofdtekst
Alhier op een slot woonde in de achtste eeuw of nog vroeger een oude koning die drie zonen had. De oudste zoon was de beste. Zijn vader riep hem eens en zegde dat hij het beste paard moest nemen en ver rijden. Tot zo ver hij alzo zonder staan zou kunnen rijden, tot zo ver zou zijn rijk strekken. Hij sprong op ’t beste paard en stoof de slotdreef uit. Maar nauwelijks was hij aan de plaats waar nu de Esplanade ligt of zijn paard viel steendood. Hij zuchtte: "Hoe kort is mijn rijk toch!" Sedertdien zou de stad de naam van Kortrijk gekregen en behouden hebben.
Beschrijving
Op een kasteel in de buurt van Kortrijk woonde tijdens de achtste eeuw een koning met drie zonen. Op een dag riep de koning zijn oudste zoon bij zich en zei: "Neem het beste paard en rijd ver weg. Tot de plaats waar jij kan geraken, zal het rijk voor jou zijn". De jongen sprong op het beste paard en vertrok. Een eindje verderop viel het paard dood op de plaats die later de Esplanade zou worden. Aan dat voorval zou de stad Kortrijk haar naam hebben verdiend.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (zuiden)
235
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kortrijk   
Plaats van Handelen
Kortrijk   
Esplanade (Kortrijk)   
