Hoofdtekst
Ja, dadde es entwodde dat in joen lif zit, en ge kunt daar nieten tegen doen. Ge begunt ton lijk te hulen, en ge roept olsan: "Oe, oe, oeoe…" tot daje ontwekt en ton es da were gedaan. ’t Wos daar ne mens die der olle navende van bereen wos. ’t Wos Remi Zole, en je zei ’t van te voren: "Oet in mij vaart vannacht, ge moet mij ontwekken, van oeje mi hoort roepen, ‘k ben ton verlost."
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die door de maar werden bereden, begonnen te huilen en riepen: "Oe, oe, oe...." Wanneer die mensen wakker werden, was alles voorbij. Een man die iedere nacht door de maar werd bereden, zei 's avonds altijd: "Als je mij vannacht hoort roepen, dan moet je mij onmiddellijk wakker maken. Dan ben ik verlost".
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
80
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zonnebeke   
