Hoofdtekst
't Metske is nu dood. 't Heeft op e Bokt gewoond en dat had de naam van heks. Was 't er een of was 't er geen dat wist ich nie maar daar zal ich u 't volgende van vertellen. Dat wijfke dat maakte gen (graag) kennis met alleman en dan alles eens gaan afkijken en zo en die kwam hier ooch. Maar wij waren al eens naar ne pater geweest en die had mich 'n medalie meegegeven en die moest ich dan met nen nagel tegen de muur slaan in e stal. En de pater zei: 'die och geplaagd hemmen die gaan daar niemeer binnen.' Ich dacht, nu ben ich toch wel eens nieuwsgierig. Ja en 't kwam hier weer aan voor eens te kallen en 't stak zijne kop zo eens binnen in de staldeur. 'Hier zal ich maar nie binnen gaan' zei ze. Dat daar toch iet van aan moet geweest zijn. Toen is 't later naar Kleine-Brogel gegaan en die pastoor heeft 't er van af geholpen maar hij zelf is er van gestorven.
Beschrijving
Op de Bokt woonde een meisje van wie men vermoedde dat het een heks was. Een man had van een pater een medaille gekregen om aan de muur van de stal te bevestigen. Toen het meisje nog eens op bezoek kwam, stak ze haar hoofd binnen in de stal en zei: "Hier zal ik maar niet binnengaan". Uiteindelijk is het meisje verhuisd naar Kleine-Brogel. De pastoor die haar van de heksenkunst had verlost, is gestorven.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
245
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Peer   
Plaats van Handelen
Bokt (Peer)   
