Hoofdtekst
Geleid worden.Mijn nonkel kwam 's avonds op ne kruiswegel en hij stond voor ne groten boom en hij en wist niet meer waar naartoe. Hij had al heel den tijd geleid geweest. Hij zag daar ievers een huis staan en hij ging er naar toe maar hij en geraakte daar niet, hij had al twee keren rond gelopen en hij kwam uit aan een ander huis, hij klopte daar, den baas deed open vroeg wat er gaande was. “E wel” zei mijn nonkel “zoudt gij geloven dat ik mijnen weg niet meer en vinde”. “Kom, Eeo, ik zal een tuitse meegaan”. En hij ging mee tot aan het Gravenhof, maar daar, in de plaats van recht door te gaan, wierd mijn nonkel tewege in de Schelde geleid, als 't niet geweest dat den anderen hem achteruittrok. Ja, hij is er mogen mee naar huis komen.
Beschrijving
Een man raakte 's avonds op een kruispunt bij een hoge boom verdwaald. De man zag ergens een huis staan, maar hij geraakte niet dichterbij. De man klopte elders aan en vroeg iemand om hem te begeleiden. Een boer ging met de man mee tot bij het Gravenhof. Daar moest de boer de man tegenhouden, opdat hij niet in de Schelde zou vallen.
Bron
S. Bohez, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (tussen leie en schelde)
102
Oom van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Schelde   
Gravenhof (Zingem)   
Naam Locatie in Tekst
Zingem   
Plaats van Handelen
Schelde   
