Hoofdtekst
Mijn moeder vertelde van een vriendinne die meid was op een hoeve hier etwaar (ergens) en as ze in ’t stal ging om de koeien te melken, je moet weten datter in die oude hofsteen balken waren he en die koeien stonden daar op hun voorpoten en met under (hun) steert aan de balken gekoppeld. Zó dat dat daar verkeerde (spookte), vertelde mijn moeder. En j’had niet moeten zeggen dat ’t niet waar was, ze zou j’n ogen uit je kop halen. En as ze in de schure strooi ging halen, de bundels kwamen van ’t zelf omlaag. “Geef maar katoen”, zei ze, “smijt ze maar omlage.” En al die bundels kwamen vanzelf. Maar as de beesten ton (dan) een half ure later kwamen, al dat strooi was were weg. En as ze moeste meel of bonen scheppen uit de vaten, ze wierd d’rin gedoopt en ’t was niemand te zien he.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een vrouw die als meid in een bespookte hoeve werkte, zag dat de koeien in de stal met hun staarten aan de balken waren vastgebonden. Als de meid in de schuur stro moest gaan halen, dan vielen de balen vanzelf naar beneden. Wanneer de meid even later terugkwam, was het stro verdwenen. Als de meid meel of bonen moest scheppen, dan werd ze in het vat geduwd, hoewel er niemand te zien was.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
146
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lombardsijde   
