Hoofdtekst
In mien groeotvoader’s nen thus woaren ’t kistemoakers. Ze mosten ne keer ’s noavends met een kiste thus goan. Ze zoagen olmetnekeer een doeodkeerse roendvliegen. Ze liepen, en ze kwam achter, en oet ze stopten, stopte ze wok. Olmetnekeer viel ze voeor hundre voeten. Oet ne ’s nuchtends ipstond was ne witgriezde, ip twientig joar.
Beschrijving
Enkele mannen die doodskisten maakten, moesten op een avond een kist naar een huis gaan brengen. Onderweg zagen de mannen een doodskaars rondvliegen. Wanneer de mannen stopten, stopte de kaars ook. Opeens viel de doodkaars voor de voeten van de mannen. Hoewel één van de mannen nog maar twintig jaar oud was, had hij de volgende ochtend grijze haren.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
26
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
