Hoofdtekst
Veural in de winter as het heel vruug donker was kos men dek de weerwolf zien. Ich weet nog heel goed dat wij do fel bang van woren as wij nog klein woren want hij was heel gevoarlijk. De weerwolf was geveunlijk ene mins met e beestenvel eum. Het sjeint dat dei mins nie deugde en dat dit zijn straf was. Doveur was hij kood op de aander minsen en goenk altaid aater hun oan.
Beschrijving
Weerwolven kwam men vooral 's winters tegen, wanneer het vroeg donker werd. Een weerwolf was meestal een zondaar die als straf met een dierenvel moest rondlopen om de mensen bang te maken.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
473
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schalkhoven   
