Hoofdtekst
Ge zaagt dadde in de grote drochten (droogten). Ze was stief ip gang in de Rollegemstrate. Overtijd droegen de vrouwminsen ’n krineline. ’t Was daar ook ’n oud wuveje. Ol mee ne keer, de wind was onder heure rok en ze was in de lucht. En ze’n hên ze nooit meer weregezien. ’t Waren die zeien da ze ’n toveresse was. Die varende vrouw kwam uit de busken (bossen).
Beschrijving
Tijdens droge periodes zag men de varende vrouw vaak uit het bos komen. Een oud vrouwtje dat in de Rollegemstraat liep, voelde plots de wind onder haar rokken en even later vloog ze in de lucht. Men heeft dat vrouwtje nooit meer weergezien. Sommige mensen beweerden dat ze een toveres was.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
48
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ledegem   
