Hoofdtekst
De nekker overtijd, hij ging hier rond bij de menschen’s deuren, dat heeft bestaan, en enen keer ’t was een peerd, den anderen keer ’t was een hond, en ‘k heb mijn moeder ook nog horen vertellen dat den nekker daar otmets in den boom zat.
Beschrijving
De nekker ging vroeger van deur tot deur. Nu eens had hij de gedaante van een hond, dan weer van een paard.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (franse grens)
7
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stavele   
